Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie
Menu

Radiusfractuur en distale radiusfractuur

Oorzaken, vormen en behandeling van de onderarmbreuk

De foto toont een man met smartphone die aan de oever van een bergmeer staat. Hij houdt zijn rechterarm met pijnlijke pols omhoog.

Een ongelukkige val is vaak al genoeg om een radiusfractuur te veroorzaken. Bij een val strekken mensen reflexmatig hun armen uit om hun lichaam op te vangen. Zo krijgen handen en onderarmen de volle klap van de impact te verwerken, en dat kan ertoe leiden dat het spaakbeen (Latijn: radius) breekt. Treden na een val pijn en bewegingsbeperkingen aan de hand en/of de arm op, dan is een snelle diagnostiek belangrijk. De radiusfractuur kan flinke complicaties met zich meebrengen en moet daarom zo snel mogelijk medisch worden behandeld.

Oorzaken: zo ontstaat een radiusfractuur

Een spaakbeenbreuk kan ontstaan door een krachtige stuiking, een overmatige druk van opzij, oftewel een klap op de onderarm, of ook een gewelddadige verdraaiing van de onderarm. Daarbij is de val op de hand of de onderarm veruit de meest voorkomende oorzaak van een radiusfractuur. Maar ook verkeers- of bedrijfsongevallen, waarbij hand en onderarm bekneld raken, kunnen dergelijke botbreuken tot gevolg hebben.

Bijzonder kwetsbaar zijn mensen die osteoporose hebben, omdat de verminderde botdichtheid de breukvastheid van de botten verlaagt.

Opbouw van de onderarm

Het spaakbeen is een slank bot, overtrokken met een stevig bindweefselvlies (periost), met verdikkingen aan het boven- en ondereinde die de gewrichtsvlakken dragen. Via deze gewrichtsvlakken is de radius in de pols verbonden met de handwortelbeentjes en bij de elleboog met het opperarmbeen. Bovendien bevinden zich aan de uiteinden van de onderarmbotten gewrichtsverbindingen tussen de ellepijp (ulna) en het spaakbeen, die door krachtige banden bijeen worden gehouden.

Wat wordt onder een distale radiusfractuur verstaan?

In de meeste gevallen breekt bij een radiusfractuur de langgerekte schacht van het spaakbeen, terwijl de gewrichtsverbindingen niet betroffen zijn. Breekt het spaakbeen net boven de pols (maximaal 3 cm van de pols verwijderd), dan spreekt men van een distale radiusfractuur (distaal = van het lichaam af gelegen).

Weergave van de anatomie van de hand met een radiusfractuur.

De distale radiusfractuur kent twee soorten:

  • Flexiefractuur (Smith-fractuur): hierbij knikt de pols richting de handpalm.
  • Extensiefractuur (Colles-fractuur): het gewricht breekt naar buiten richting de handrug. Deze vorm komt veel vaker voor, omdat je bij een val instinctief probeert je lichaam met je handen op te vangen.

Typisch bij een radiusfractuur zijn pijn, zwellingen en bewegingsbeperkingen. Beide breuken kunnen meestal met conservatieve maatregelen (zonder operatie) worden behandeld.

Radiusfractuur operatie: wanneer moet een spaakbeenbreuk worden geopereerd?

Radiusfracturen die daarentegen door de gewrichtsvormende uiteinden van het bot lopen, zijn vaak heel ingewikkeld. Komt het tot een polsbreuk, dan moet het gewricht operatief worden hersteld, zo mogelijk zonder dat er een afstapje in het gewrichtsvlak ontstaat, om vervolgschade te voorkomen. Kritisch zijn bovendien open breuken, waarbij een booteinde de spieren en de huid doorboort. Hier is een snelle operatieve behandeling doorslaggevend voor een volledig herstel.

Diagnose van een radiusfractuur

De radiusfractuur kan alleen met behulp van röntgendiagnostiek worden vastgesteld. De röntgenfoto's tonen de arts de plaats van de breuk en het verloop van de breuklijn. Zo kan hij mogelijke betrokkenheid van het gewricht herkennen of uitsluiten. Bovendien kan aan de hand van de röntgenopnames worden vastgesteld of er twee of meer botstukken (fragmenten) zijn, of de breukuiteinden dicht tegen elkaar aan liggen of dat er een spleet tussen gaapt.

Behandeling

Al deze informatie is doorslaggevend voor de verdere behandeling van het letsel. Liggen de breukuiteinden netjes op elkaar, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn als het omliggende beenvlies intact is gebleven, dan wordt een gipsverband of een gipsspalk aangelegd en wordt zo snel mogelijk een fysiotherapeutische behandeling gestart. Liggen de breukuiteinden ver uit elkaar of zijn ze ten opzichte van elkaar verschoven, dan moet door een repositie (terugplaatsing) het contact tussen de breukvlakken worden hersteld. Lukt dat zonder operatie, dan kan eveneens een conservatieve, vroegfunctionele behandeling worden gestart. Daarvoor volgt eerst een immobilisatie van enkele weken (gipsverband of gipsspalk) met aansluitend een fysiotherapeutische behandeling.

Bij sterk verschoven breukuiteinden of bij betrokkenheid van het gewricht wordt een operatieve repositie uitgevoerd, waarbij de booteinden meestal met metalen plaatjes met elkaar worden verbonden (plaatosteosynthese). Minder vaak worden draden ingezet. De zogenoemde plaatosteosynthese biedt het voordeel dat de breukuiteinden direct stabiel worden gefixeerd, zodat het dragen van gips wegvalt. Daardoor kan ook de fysiotherapie vroegtijdig beginnen.

Hoe kan een orthese bij de genezing van een radiusfractuur helpen?

Op de foto voert een therapeut met een patiënt oefeningen voor de pols uit. De patiënt draagt een ManuLoc long, een stabiliserende handorthese van Bauerfeind.

Om ervoor te zorgen dat patiënten na een radiusfractuur zo snel mogelijk hun beweeglijkheid, coördinatie en kracht terugkrijgen en die niet eerst hoeven in te boeten, zou de immobilisatiefase zo kort mogelijk moeten zijn. Voor de verdere behandeling kan bij stabiele vormen van de radiusfractuur, dus zonder bandletsel, een polsorthese de steunfunctie van een gipsverband of een gipsspalk overnemen.

ManuLoc long omsluit het gewonde deel van de onderarm betrouwbaar en voorkomt daardoor ongewenste bewegingen en ongunstige krachtinwerkingen op de breuk. Terwijl het gewonde gebied betrouwbaar wordt gestabiliseerd, blijven de vingers toch beweeglijk, wat het mogelijk maakt om vroegtijdig met therapeutische oefeningen voor vingers en hand te beginnen.

Net zo goed kan een polsorthese zoals ManuLoc long na het verwijderen van een gipsverband of een gipsspalk voor meer stabiliteit en houvast zorgen. De bijzonder lichte orthese zet de pols vast in een comfortabele neutrale positie en vergemakkelijkt zowel de postoperatieve wondcontrole als de fysiotherapeutische behandeling, om in zijn geheel een optimaal behandelresultaat te bereiken.

Leer onze ManuLoc® long kennen

ManuLoc long is een stabiliserende polsorthese. Kom nu meer te weten over de voordelen en werking.

naar het product

Dit zou je ook kunnen interesseren

Hand en pols

Onze handen en polsen verzetten dagelijks zwaar werk: hoe je ze op het werk en in je vrije tijd beschermt, kom je hier te weten.

Meer weten ›

Polspijn

Of het nu bij het schrijven of grijpen is, aan de handrug of meer aan de buitenkant: kom erachter waar de pijn in je pols vandaan komt, en wat je ertegen kunt doen.

Meer weten ›

Verkooppuntzoeker

Overzicht van medische speciaalzaken bij jou in de buurt. Deskundig advies door vakpersoneel, ook over producten van Bauerfeind.

Meer weten ›