Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie
Menu

Carpaletunnelsyndroom

Een doof gevoel in je vingers en wat erachter zit

Beelduitsnede van een vrouw tijdens het werken aan haar bureau. Ze draagt een ManuLoc Long, een stabiliserende polsbandage van Bauerfeind, die onder andere bij een carpaletunnelsyndroom wordt gebruikt.

Sommige mensen voelen vooral 's nachts en bij bepaalde bezigheden een tinteling of een doof gevoel in hun vingers. Dat treedt in één hand en soms ook in beide handen op. Anderen hebben pijn en daardoor moeite om goed te grijpen. Wat vaak voelt als een slapende hand, kan het eerste teken zijn van een beginnend carpaletunnelsyndroom, dat je op tijd moet behandelen.

In het beginstadium treden de typische symptomen meestal maar af en toe op en verdwijnen ze weer snel, waardoor een carpaletunnelsyndroom in een vroeg stadium vaak onontdekt blijft. Wie de waarschuwingssignalen echter over meerdere weken steeds weer opmerkt, moet ze medisch laten onderzoeken. Want bij een carpaletunnelsyndroom dat lang onbehandeld blijft, verloopt het herstel vaak lastiger of kan het zelfs onmogelijk worden. Helemaal onbehandeld kan het syndroom ook tot blijvende verlammingen en tot functiebeperkingen van de betrokken hand leiden. Wordt het carpaletunnelsyndroom daarentegen vroegtijdig herkend en behandeld, dan zijn de vooruitzichten op herstel veelbelovend.

Carpaletunnelsyndroom: oorzaken en ontstaan

Het carpaletunnelsyndroom ontstaat wanneer er druk op de middelste handzenuw (nervus medianus) wordt uitgeoefend, een van de drie hoofdzenuwen die de hand voorzien. De aandoening wordt daarom ook medianus-compressiesyndroom genoemd.

Een van de hoofdoorzaken van het ontstaan ligt in de menselijke anatomie: de handwortelbeentjes van de pols vormen een vlakke goot waardoor zenuwen, bloedvaten en de pezen van de vinger- en polsbuigspieren lopen. Aan de buigzijde wordt die afgesloten door een brede, krachtige band, waardoor de zogenaamde carpale tunnel ontstaat. Deze tunnel biedt maar weinig ruimte. Wanneer het daarin te krap wordt, ontstaat er druk op de medianuszenuw en de bloedvaten die hem voorzien, waardoor die in hun functie worden belemmerd.

Weergave van de anatomie van de hand bij een bestaand carpaletunnelsyndroom.

Veelvoorkomende oorzaken van het carpaletunnelsyndroom zijn:

  • een aangeboren nauwe carpale tunnel
  • door overbelasting ontstane ontstekingen en zwellingen van de omliggende zachte weefsels, bijvoorbeeld van de peesscheden
  • vaak terugkerende bewegingen en belastingen van de pols, bijvoorbeeld bij montagewerk of schoonmaakwerk
  • reumatische aandoeningen
  • eerdere blessures van de pols, bijvoorbeeld een onderarmbreuk (radiusfractuur) met betrokkenheid van het gewricht
  • overgewicht, diabetes of schildklieraandoeningen, waarbij vochtophopingen (oedeem in de zachte weefsels) in het bindweefsel kunnen optreden
  • tumoren in de carpale tunnel
  • hormonale veranderingen, bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap of na de overgang, omdat het slijmvlies van het gewricht dan sneller geneigd is op te zwellen

Symptomen: zo uit een carpaletunnelsyndroom zich

Wanneer het weefsel in de carpale tunnel opzwelt, krijgen mensen pijn in hun hand, doordat de druk op de middelste zenuw toeneemt. De klachten uiten zich in de vorm van:

  • een doof gevoel of tinteling („mieren die lopen“) in hand en vingers, vooral 's nachts „slaapt“ een hand in
  • pijngevoel in de vingers, waarbij de pijn ook over de hele hand tot in de arm kan uitstralen
  • motorische uitval in de vorm van een zwak gevoel of bewegingsbeperkingen

De beschreven symptomen treden meestal 's nachts of in de ochtend op. Meestal zijn beide handen erbij betrokken, al is dat niet per se op hetzelfde moment. De klachten verdwijnen vaak wanneer je je handen beweegt of „uitschudt“.

Diagnose van een carpaletunnelsyndroom

Beelduitsnede van een man die een glazen deur opent. Hij draagt aan zijn rechterarm een ManuLoc Long, een stabiliserende polsorthese, die onder andere bij een carpaletunnelsyndroom wordt gebruikt.

Het carpaletunnelsyndroom kan worden gediagnosticeerd door het uitvragen van de voorgeschiedenis, door functie- en provocatietests (het kunstmatig opwekken van ziekteverschijnselen) en door het meten van de zenuwgeleidingssnelheid van de medianuszenuw. Echografie- en röntgenonderzoek leveren bovendien een veelzeggend beeld op van de ruimtelijke verhoudingen in de carpale tunnel.

Carpaletunnelsyndroom behandelen

Omdat bij het carpaletunnelsyndroom het herstel afhangt van de toestand van de zenuw, moet er meteen een behandeling worden gestart, voordat er blijvende schade ontstaat. Daarbij wordt in principe onderscheid gemaakt tussen operatieve en niet-operatieve (conservatieve) behandelvormen.

Bij lichtere klachten of in het beginstadium is een conservatieve behandeling kansrijk. Daarbij wordt vooral 's nachts of eventueel ook overdag de pols stilgelegd met behulp van een orthese. Ontzien en stilleggen leiden bij een carpaletunnelsyndroom dat door belasting wordt veroorzaakt ook tot een afname van prikkelingen, pijn en zwellingen.

Carpaletunneloperatie: wanneer wordt er geopereerd?

Wanneer de conservatieve behandeling niet aanslaat, de klachten heel uitgesproken zijn of al opvallend lang aanhouden, is een operatie van het carpaletunnelsyndroom onvermijdelijk. Daarbij wordt de carpale band, die de carpale tunnel afsluit, doorgesneden en wordt eventueel beknellend weefsel uit de carpale tunnel verwijderd. De operatie gebeurt onder plaatselijke verdoving en wordt meestal poliklinisch uitgevoerd.

Door het opheffen van de beknelling worden de klachten meestal binnen korte tijd flink verzacht of zelfs helemaal verholpen. Na de operatie is in eerste instantie een kortdurende stillegging van de hand met behulp van een spalk of een orthese nodig.

Hoe helpt een carpaletunnelspalk?

Een armspalk of orthese kan in verschillende situaties handig zijn bij de behandeling van het carpaletunnelsyndroom. In lichtere gevallen stabiliseren orthesen zoals bijvoorbeeld ManuLoc long de pols in de middenpositie. Zo kan bijvoorbeeld tijdens een fase van stillegging de druk op de zenuwen en zachte weefsels flink worden verminderd, vooral 's nachts, wanneer de klachten het vaakst optreden.

Bovendien worden daarbij ook de buigspieren van de pols stilgelegd, waardoor verdere prikkelingen van het ontstoken of beschadigde weefsel worden voorkomen en het afnemen van de klachten wordt bevorderd.

De beweeglijkheid en de functie van de hand en de vingers worden bij het dragen van de ManuLoc long echter niet belemmerd. Zo kun je ook met een aangelegde carpaletunnelspalk therapeutische oefeningen doen om de doorbloeding en de afvoer van lymfe te optimaliseren en zo zwellingen en pijn te verminderen. Voor de fysiotherapeutische behandeling of de wondcontrole na de operatie kun je de ManuLoc long bovendien heel eenvoudig af- en weer aanleggen, ook met één hand.

Na operatieve ingrepen is de polsorthese bovendien uitstekend geschikt voor het kortdurend stilleggen van de hand.

Beelduitsnede van een vrouw die aan haar laptop werkt. Ze draagt een ManuLoc long, een stabiliserende polsorthese van Bauerfeind, aan haar rechterarm. Die biedt onder andere na een radiusfractuur ondersteuning.

Leer onze ManuLoc® long kennen

ManuLoc long is een stabiliserende polsorthese. Ontdek nu meer over de voordelen en de werking.

naar het product

Dit vind je misschien ook interessant

Hand en pols

Onze handen en polsen leveren dagelijks zwaar werk: hoe je ze op je werk en in je vrije tijd beschermt, lees je hier.

Meer ontdekken ›

Polspijn

Of het nu bij het schrijven of grijpen is, in de handrug of meer aan de buitenkant: ontdek waar de pijn in je pols vandaan komt, en wat je eraan kunt doen.

Meer ontdekken ›

Dealerzoeker

Overzicht van medische speciaalzaken bij jou in de buurt: deskundig advies van vakpersoneel, ook over producten van Bauerfeind.

Meer ontdekken ›